Gelegen in het zuiden van de Champagne, op
het kruispunt tussen Bourgogne, Franche-Comté en
Lorraine, strekt de Haute-Marne zich uit over 6220 km2 met
een gevarieerd landschap van plateaus, heuvels, valleien en
vlaktes aan weerskanten van de centrale rivier de Marne. 40%
van dit gebied bestaat uit bossen.
Als een corridor tussen het Parijse Bekken,
de oude Vogezenreliëfs en de vallei van de Saône,
vormt de Haute-Marne een natuurlijke drempel en een belangrijke
overgangsplek. Kantelend als een gigantische tafel van het
zuidoosten tot het noordwesten, bereikt het departement zijn
hoogste punt met de Haut-du-Sec op 516 m, in Langres.
De Haute-Marne, die drie stroomgebieden
verbindt, beschikt over een belangrijk waternetwerk, met bijna
500 rivieren en beken ten belope van 2300 km. De Marne, de Aube
en de Maas hebben er hun bronnen.
Met ongeveer ongeveer 200000 inwoners, van
wie de meesten op het platteland wonen, is de Haute-Marne dun
bevolkt. Het departement heeft slechts drie grote steden langs
het tracé van de Marne: in het zuiden Langres (10000
inwoners), de prefectuur Chaumont (27000 inwoners) in het
centrum en Saint-Dizier (33500 inwoners) in het noorden.
Dankzij haar natuurlijke rijkdommen drijft
de Haute-Marne historisch op regiospecifieke activiteiten:
bosbouw en houtverwerking, landbouw, veeteelt, en de
metaalnijverheid aan de rivieren, die weliswaar krimpt, maar
nog steeds de belangrijkste bron van werkgelegenheid vormt.
Nieuwe sectoren zijn in volle ontwikkeling: kunststoffen en
auto-onderdelen, met name in het kanton Langres; en
voedingsmiddelen, met bijvoorbeeld de Miko-fabriek in
Saint-Dizier. Maar er is ook het kuurwezen in
Bourbonne-les-Bains.
De rijke geschiedenis en het milieu van de
Haute-Marne, zorgvuldig beschermd en ontwikkeld, trekt steeds
meer liefhebbers onder de toeristen aan. De oude Gallo-Romeinse
stadskern van Langres, beschut door haar omwalling, en het dorp
Colombey-les-Deux-Eglises, waar generaal De Gaulle begraven is,
zijn toeristische toplocaties.
(Bron: Météo France)